Vrijwilliger Veerle over haar rol als vice-voorzitter voor de jongeren- én ouderengroep in Midden-West Vlaanderen

 

Over jou

  • Wie ben je in het dagelijkse leven?

Mijn naam is Veerle Vandamme en ik ben momenteel vicevoorzitter van zowel het Jongerencomité (JC) als het Ouderencomité (OC) van comité Midwest. Ik ben werkzaam als mondhygiënist in twee privé-praktijken, en daarnaast ben ik praktijklector aan Arteveldehogeschool bij de opleiding Mondzorg.

  • Hoe is jouw eigen AFS-verhaal begonnen?

De AFS-kriebel begon al in het zesde middelbaar, in 2014. Een meisje kwam haar AFS- verhaal vertellen op school en dat heeft zowel mij als mijn beste vriendin geïnspireerd en aangezet om het programma zelf ook te volgen. Voor mij leidde dat tot een uitwisselingsjaar in de Dominicaanse Republiek in 2015-2016. Daar kijk ik nog altijd met enorm veel vreugde op terug.

 

Over je rol als vice-voorzitter van het JC en het OC

  • Welke uitdagingen brengt jouw rol met zich mee?

Toen ik voor het eerst in aanraking kwam met AFS, was er een hele grote groep vrijwilligers actief. Zeker voor het JC betekende dit op dat moment een hele grote vriendengroep, waarop je altijd kon rekenen. Ik twijfelde dan ook geen seconde om zelf na terugkeer ook actief vrijwilliger te worden. 

Ik was enkele jaren verantwoordelijk voor de nationale weekends en werkte in duoschap als hoofdbegeleider. Maar op een bepaald moment werd de combinatie te veel, kwamen er andere prioriteiten op mijn pad en daalde ook het aantal actieve vrijwilligers sterk. Verschillende voortrekkers vielen weg en uiteindelijk besloot ik AFS even los te laten. 

Enkele jaren later werd ik opnieuw uitgenodigd voor een jaarlijks evenement en voelde ik meteen dat de AFS-kriebel terug was. Ik bouwde nieuwe vriendschappen op met vrijwilligers, zowel jong als oud. Door mijn leeftijd leek ik precies tussen beide groepen te vallen. In het begin was ik beledigd als mensen mij als OC beschouwden, maar eigenlijk kwam ik al zo goed overeen met die mensen, dus waarom niet? Ik voelde nieuwe vriendschappen ontstaan met de nieuwe vrijwilligers; zowel jong als oud.

Tijdens een planvergadering werd mij gevraagd om vicevoorzitter van het OC en het JC te worden. Ik moest niet veel anders doen dan ik al deed, zeiden ze. Door mezelf te zijn was ik al ‘de lijm’ tussen het OC en het JC. Met beide voorzitters kan ik het enorm goed vinden, zowel op persoonlijk vlak als binnen de vrijwilligerswerking. 

Comité Midwest en Brugge zijn door de jaren heen samengesmolten en wij tonen een hele goede, natuurlijke samenwerking met elkaar. Wij durven onszelf dan ook wel ‘Westcoast’ te noemen.

Het is vooral belangrijk om alle mensen hun stem te laten horen en oprecht en actief te luisteren naar elkaar. Een uitdaging is soms dat bepaalde stemmen zich niet volledig durven uitspreken, waardoor ik als vertrouwenspersoon kan fungeren en ik hun stem kan laten gelden.

  • Welke verschillen zie je tussen de twee groepen? 

Het feit dat we het al lange tijd met een klein aantal actieve vrijwilligers moeten doen, zorgt ervoor dat wij een sterke band gecreëerd hebben met onze groep. Er zijn natuurlijk wel wat intergenerationele verschillen, maar die zijn absoluut niet onoverkomelijk. Het mooie is dat onze leden open staan voor veel dingen en dat we elkaar kunnen opvangen waar de een nog hulp nodig heeft en de ander alles al geregeld heeft.
Je merkt wel dat JC-leden zich spontaan meer ontfermen over activiteiten en gesprekjes met zend- en gastdeelnemers, terwijl OC-leden zich meer aantrekken hoe het echt gaat met de zenddeelnemers. Dat heeft volgens mij veel te maken met levenservaring: zelf een gezin hebben, gastouder zijn geweest, enzovoort.
Wij zijn ondertussen ook een heel ander soort comité geworden dan vroeger. We zijn meer samengesmolten tot één geheel. Omdat we ook privé goed overeenkomen, worden mogelijke verschillen snel opgelost en uitgepraat.

  • Wat kunnen de twee groepen van elkaar leren volgens jou?

JC’ers hebben vaak zelf een uitwisselingservaring achter de rug. Dat gevoel en die persoonlijke ervaring hebben veel OC-leden niet. OC’ers hebben dan weer vaker ervaring met een gezin of met gastouderschap en begrijpen daardoor beter wat ouders meemaken. Net daarom is het zo waardevol om met elkaar in gesprek te blijven en van elkaar te leren, zeker wanneer we geconfronteerd worden met moeilijke of gevoelige situaties.

  • Welk advies heb je voor een vrijwilliger die erover nadenkt om (vice-)voorzitter te worden?
    Weet vooral dat je er als (vice)voorzitter nooit alleen voor staat. Je bent een soort leidraad voor je vrijwilligers en probeert mensen op te vangen waar nodig, maar dat betekent niet dat alles op jouw schouders terechtkomt.
    Leer delegeren waar nodig. In mijn ervaring is het ook enorm belangrijk om van een groep vrijwilligers echt een team te maken. Mensen moeten zich goed voelen binnen de werking.
    Wees een facilitator voor je vrijwilligers en creëer ruimte waarin mensen kunnen groeien. En het is ook gewoon heel leuk om ervaringen uit te wisselen met andere (vice-)voorzitters en samen activiteiten of projecten op poten te zetten.

 

Over AFS

  • Welke uitdagingen en welke kansen zie je voor AFS?

AFS Lowlands mag soms groter, maar soms ook kleiner denken. 

 

Groter denken? Ik nam dit weekend deel aan AFS BAM in Duitsland. Wat een top weekend vol inspirerende workshops voor internationale gasten. Wij zouden ons Kadervormingsweekend bijvoorbeeld kunnen uitbreiden en ook internationale gasten ontvangen. Perspectieven van andere AFS-leden leren kennen kan heel inspirerend zijn.

Kleiner denken? Grote initiatieven zoals de AFS-effectdag hebben veel impact, maar we zouden ook mini-AFS-effectdagen kunnen houden, kleine projecten kunnen organiseren, en ons aansluiten bij andere organisaties en daar onze naam verspreiden. Naamsbekendheid is nog wel een werkpunt. Tonen wie we zijn en wat we te bieden hebben. Daar wordt vandaag al hard op ingezet, maar toch bereiken we nog niet altijd het brede publiek.
Meer zichtbaarheid creëren, via merchandising, sociale media en samenwerkingen, blijft belangrijk.En we moeten ook blijven benadrukken dat AFS veel meer is dan alleen een uitwisseling voor vijftienjarigen. Er is ook ruimte voor oudere vrijwilligers, gastgezinnen, losse engagementen en levenslange betrokkenheid.

Eens gebeten door de AFS-kriebel raak je er vaak niet meer vanaf!

Wil jij ook impact maken als AFS-vrijwilliger? Meld je vrijblijvend aan via onze website www.lowlands.afs.org